Wafels van de Gelderse Keukenmeid

Wafels Gelderse Keukenmeid

In de 18e eeuw verschijnen er in Nederland vele kookboeken van keukenmeiden. Naast de volmaakte Hollandse en Utrechtse werd in 1756 misschien wel het meest populaire keukenmeidenkookboek in Nijmegen gedrukt De volmaakte Geldersche keuken-meyd. Het kende tussen 1756 en 1865 maar liefst elf edities die overigens in verschillende steden werden uitgegeven. De Gelderse keukenmeid gaf in ieder editie weer meer recepten voor keuken en huisapotheek en telde er uiteindelijk ruim 700.

Het zijn vooral haar zoete recepten waar je mij warm voor kunt laten lopen. Ik experimenteer als Gelderse dan ook graag uit het zoete assortiment van de Gelderse keukenmeid. Een eenvoudig, erg lekker en bovendien heel veelzijdig recept zijn haar oblien, wafeltjes uit het wafelijzer. In een druk uit 1841 schrijft de keukenmeid:

Oblien.
Men beslaat 2 ½ oncen tarwebloem ‚ 2 ½ oncen suiker, 2 looden fijn gestampte kaneel, 4 eijeren‚ 2 oncen gesmolten boter, een wijnromer met brandewijn en wat anijszaad met laauwe zoetemelk goed door elkander, doet wat boter in. de oblieijzers, schept er de noodige hoeveelheid deeg in en wanneer men de gaargebakken oblie er uit‘neemt rolt men die warm zijnde om een stokje.

Veelzijdige wafels

Onderstaande bewerking van dit recept geeft heerlijke wafeltjes om lekker van te genieten bij koffie, thee of dessertwijn. Maar ze lenen zich ook uitstekend voor toetjes, bijvoorbeeld opgerold en gevuld met aardbeienroom zoals op de foto. Ook lekker: rol ze tot hoorntjes en doe er een lekkere bol ijs in. Of de favoriet van mijn nichtjes: vouw ze tot bakjes om ze te vullen met ijs, slagroom en fruit.

Wafels van de Gelderse Keukenmeid

Wafels van de Gelderse Keukenmeid

Je hebt voor dit recept wel een wafelijzer nodig. Mijn knalroze wafelijzertje dat ik ooit voor een paar euro bij een drogist kocht (je kent dat wel, die rommel onder in die schappen) blijkt goud waard! Als je vormen wilt maken, moet je dat meteen doen als je ze uit het ijzer haalt. Het deeg wordt snel hard en knapperig. Vuurvaste vingers zijn handig, maar er zijn ook altijd ovenwanten natuurlijk.

Benodigdheden voor circa 20 wafels

125 gram roomboter
250 gram patentbloem
250 gram fijne suiker
2 theelepels kaneel
1 theelepel gemalen anijs
2 eieren
150 ml zoete dessertwijn
50 ml melk

Bereiding

Smelt de boter in een pannetje op laag vuur. Doe de bloem, suiker, kaneel en anijs in een kom en schep even door. Doe de eieren in een andere kom en roer ze los. Voeg hier de wijn, melk en gesmolten boter aan toe. Voeg dit vochtige mengsel bij het droge mengsel en klop tot een glad beslag.

Laat het wafelijzer heet worden en bestrijk beide bakplaatjes met een kwastje met een beetje boter. Doe wat beslag in het ijzer en bak het wafeltje een paar minuten totdat hij goudbruin is. Haal hem met een spatel uit het ijzer en buig eventueel in een vorm (rolletje of krul bijvoorbeeld). Laat afkoelen en geniet!

Met dank aan Jeroen Savelkouls Fotografie!