Rosé? Rood? Nee, clairet!

Oesters op schaal, Osias Beert, 17e eeuw, privécollectie

Wist je dat rosé eigenlijk veel ouder is dan rode wijn? Toen rosé zo rond het jaar 2000 in de mode raakte, moesten veel zogenaamde échte wijnliefhebbers er niets van weten. Maar wat zij zich niet realiseerden, is dat dergelijk lichtrode wijnen in vroeger eeuwen heel normaal waren! Om de diepe rode kleur te krijgen die tegenwoordig zo gewaardeerd wordt in wijn, moet er vrij lang contact zijn tussen de schillen van de druiven en het sap.

Het sap van de meeste druiven is namelijk gewoon wit, of groenig. Zou je van het sap van druiven met een rode of blauwe schil onmiddellijk de schillen verwijderen, dan krijg je een witte wijn. De kleurstof verantwoordelijk voor rode wijn zit dus in de schillen. En hoe langer het sap in contact met die schillen blijft, hoe dieper van kleur de uiteindelijke wijn.

Hoewel men dat vroeger zeker gerealiseerd moet hebben, was het toch vaak een kwestie van ‘snel’ wijn maken. Contacttijd van schillen en sap was korter dan nu, met als resultaat wijnen die veel lichter van kleur waren dan de huidige rode wijnen. Eigenlijk een beetje… rosé! Want rosé wordt tegenwoordig onder andere gemaakt door tijdens het maken van rode wijn een deel van de gistende most af te tappen van de massa schillen en sap, en die afgetapte most apart verder te vergisten.

Klare wijn

In het verleden kwam die lichte kleur soms in de naam van de wijn tot uitdrukking. Het Engelse ‘claret’, een historische aanduiding voor ‘rode’ wijn uit de Bordeaux-streek, komt van ‘clair’ in het Frans, ‘clarus’ in het Latijn: helder, of ook ‘klaar’ in het Nederlands. Vóór circa 1700 betekende ‘claret’ dan ook een lichte rode wijn. Rond 1700 begon men in Bordeaux echter met het toepassen van onder andere langere tijden waarop de wijn op de schillen mocht weken en vergisten, wat donkerder wijnen opleverde. Nog enige tijd bleven die wijnen bij de Engelsen bekend als de ‘new French clarets’. En ondertussen verdwenen de lichtere soorten in tal van gebieden.

Gelukkig zijn ze in Bordeaux altijd een ‘clairet’ blijven maken. Wat betreft smaak en structuur zit hij tussen een ‘echte’ rode wijn en de hedendaagse rosé in. Bordeaux Clairet wordt gemaakt van een assemblage van cabernet sauvignon, merlot en cabernet franc. Hij blijft 24 tot 48 uur in contact met de schillen, tegen 24 uur maximaal voor rosé.

Wij vielen voor de heerlijke Bordeaux Clairet van de zussen Marie en Sylvie Courselle van Chateau Thieuley, in de omgeving van Creon, in de Entre-Deux-Mers. Hier maken ze al eeuwen wijn, en vooral de Nederlanders hadden en hebben een goede relatie met de wijnmakers in het gebied. De Clairet van Marie en Sylvie vergist en rijpt op roestvrijstalen tanks en ziet geen houten vaten van binnen. En dat proef je in de fruitigheid! Je koopt hem in Nederland bij Léon Colaris.

Meer wijngeschiedenis

Onder de naam Wijn!verleden werken wijnhistorica en vinologe Mariëlla Beukers en culinair historica Manon Henzen samen om de geschiedenis van wijn, historische drankjes en wijn in de historische keuken onder de aandacht te brengen. Aan de hand van artikelen, recepten en af en toe een historische wijnproeverij of Historische High Wine laten zij je genieten van mooie verhalen en smakelijke historische wijn en spijs.

Wil je het fijne weten over de geschiedenis van wijn? Dan is Wijnkronieken. Twintig eeuwen Nederlanders en wijn van wijnhistorica Mariëlla Beukers een must have.

Wijninfo

Naam: Bordeaux Clairet
Wijnhuis: Château Thieuley
Land: Frankrijk
Druif: cabernet sauvignon, merlot

Smaak & spijscombinatie

Sappige wijn, droog, maar barstensvol mooi rood fruit. Milde tannines, fraaie zuren, zeer goed in balans. Eigenlijk het zonnetje in je glas, en perfect bij heel veel gerechten en hapjes. Probeer hem eens bij de spinaziepasteitjes uit de Renaissance!